Opmerkingen
Doopdatum: 1 oktober 1747
Doopplaats: Knijpe, NH
NB. Het gezin van Tjeert Johannes Oosterhof Zwaantje de Jonge woonde eerst aan het Zuiderdiep (bij het Pepergasthuis) en daarna in de Zwanestraat te Groningen. Het uitzonderlijke mooie, met klimop begroeide, uit 1405 daterende Pepergasthuis in de peperstraat bezit o.a. een fraaie kapel, een regentenkamer en vijf getraliede dolhuiscellen.
In de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw was de armoede in ons land, in verband met de enorme werkloosheid, schrikbarend groot. Van de 3 miljoen inwoners, die ons land toen telde, moesten volgens de statistiek van 1816 zon 700.000 armen van de “bedeling leven en waren dus overgeleverd aan de armenzorg. De meeste steden hadden dan ook armenscholen, weeshuizen, gasthuizen en armenhuizen en veelal ook een stads-soepkokerij, waar gedurende de winter aan behoeftigen dagelijks een portie warme soep werd uitgedeeld. Zodoende kon in een stad als Groningen het beroep van “bedienaar der Algemeene Armen = diakendienaar, worden uitgeoefend en kon het zelfs overgaan van vader op zoon. In die tijd werd de zorg voor de armen, zieken, wezen, enz. vooral via de diakonie, door de kerk uitgeoefend, hoewel er ook toen veel door de overheid via de kerk werd betaald. Tegenwoordig is een belangrijk deel van die zorg naar de burgelijke overheid verschoven, al of niet met instemming van de kerk.
Het uitdelen van een warme kop soep geschiedde in Groningen in het Soephuis aan de Zwanestraat, hoek Soephuisstraatje.